Een breuk is een geheel dat in gelijke stukken verdeeld is. Het onderste getal, de noemer, zegt in hoeveel stukken. Het bovenste getal, de teller, zegt hoeveel van die stukken je neemt.
Hoe groter de noemer, hoe kleiner elk stukje. 51ā is dus kleiner dan 31ā.
Staat boven en onder hetzelfde getal, dan heb je alle stukken samen: 44ā is 1 geheel. En wordt er iets weggenomen, dan is wat overblijft ook een breuk: eet je 3 van de 8 stukken van een pizza, dan blijft er 85ā over.