Halte 1 van 5
Drie dingen tegelijk: groeien, rijpen en leren
Ontwikkeling is geen enkel woord voor één ding. Ze bestaat uit groeien, rijpen en leren, en die drie lopen je hele leven door elkaar.
Groeien is de zuiver lichamelijke toename: je wordt langer, zwaarder, groter. Een baby die in een jaar twintig centimeter langer wordt, groeit. Vijf centimeter langer worden, drie kilo bijkomen en een grotere schoenmaat krijgen zijn alle drie groeien: er komt letterlijk lichaam bij.
Rijpen is wat vanzelf komt, zonder dat je het oefent. Het zit in je lichaam ingebakken en wacht alleen op zijn moment. Een baby die zijn eerste tandjes krijgt, rijpt: niemand heeft hem dat geleerd. Hetzelfde geldt voor de puberteit of voor het ogenblik waarop de spieren sterk genoeg zijn om te stappen.
Leren is wat er door ervaring en oefening bij komt. Een kind dat leert fietsen na veel vallen en opstaan, leert: zonder die uren op de fiets gebeurt er niets.
Rijpen en leren hebben elkaar nodig. Je kan een kind niet leren fietsen voor zijn evenwicht gerijpt is, en het rijpste evenwicht brengt niemand vanzelf op een fiets. Het één opent de deur, het ander zet de stap.