Halte 1 van 4
Het doel bepaalt de soort
Een tekst wordt ingedeeld naar zijn doel: wat wil de maker bij jou bereiken? De soort hangt dus af van het doel van de zender, niet van het onderwerp. Over hetzelfde onderwerp kan je informeren, overtuigen, voorschrijven of vertellen. De voorbeelden kunnen zowel geschreven als gesproken zijn: op het examen kan je een interview, een gedicht of een reclameboodschap zowel lezen als beluisteren.
| Tekstsoort | Doel | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Informatief | je iets laten weten over een onderwerp | een krantenartikel, een interview, een reportage |
| Persuasief | je overtuigen of beïnvloeden | een reclamefilmpje, een folder van een politieke partij |
| Argumentatief | argumenten dragen er een standpunt | een betoog, een pleidooi, een debat |
| Opiniërend | een mening geven | een column, een recensie, een productreview |
| Prescriptief | instructies geven over hoe je iets doet | een handleiding, een recept uit een kookboek, een schoolreglement |
| Narratief | een verhaal vertellen | een verslag, een reisverslag, een anekdote |
| Literair | raken door de esthetische waarde | een roman, een gedicht, een strip |
Let op het verschil tussen persuasief en argumentatief. Allebei willen ze je overtuigen, maar een persuasieve tekst werkt met gevoel, beeld en herhaling, en een argumentatieve met argumenten die een standpunt dragen. Een pleidooi, een betoog en een debat zijn alle drie argumentatief.