Halte 1 van 4
Drie vragen bij elke tekst
Bij elke lees- of luistertekst stel je dezelfde drie vragen. Ze horen bij elkaar en ze zijn niet hetzelfde.
| Vraag | Wat je zoekt | In welke vorm |
|---|---|---|
| Het onderwerp | waarover de tekst gaat | in één of enkele woorden |
| De hoofdgedachte | de belangrijkste boodschap | in één volledige zin |
| De hoofdpunten | de inhoudelijke elementen die de hoofdgedachte ondersteunen | vaak één per alinea |
Het onderwerp en de hoofdgedachte zijn dus niet hetzelfde. 'Videogames' is een onderwerp. 'Dit spel is een van de slechtste van het jaar' is een hoofdgedachte: er zit een boodschap in. Een hoofdgedachte formuleer je het best als een volledige zin, want pas in een zin staat er iets.
Een tekst kan maar één onderwerp hebben, maar wel verschillende hoofdpunten. Lees je 'Het spel is een mix van genres. Het spel is niet origineel. De makers pleegden plagiaat', dan heb je de hoofdpunten van de tekst voor je: drie elementen die samen de boodschap dragen.
Wie het onderwerp kent, kent daarmee nog niet de hoofdpunten. Het onderwerp zegt alleen waarover het gaat. De hoofdpunten moet je uit de tekst halen.