Oefenplatform
← Nederlands — Hoofdstuk 1 — Spelling: voorbeeld

Interactieve leerbundel

🌱 Start · Nederlands — Hoofdstuk 1 — Spelling: voorbeeld

🥾 De tocht door Spelling

De regels die je het vaakst nodig hebt, met bij elke regel een voorbeeld. Je doet de haltes één voor één, in je eigen tempo. Je hoeft niets in één keer af te maken; wat je gehad hebt, blijft staan.

0 van de 10 haltes gestempeld

Halte 1 van 10

Spelling is luisteren én kijken

Veel woorden schrijf je gewoon zoals je ze hoort. Bij een aantal woorden lukt dat niet: je hoort hij wordt en hij word precies hetzelfde. Voor die woorden bestaan er regels, en die regels zijn er niet om je te pesten: ze zorgen ervoor dat iedereen hetzelfde woord op dezelfde manier schrijft.
Een woord bestaat uit lettergrepen: stukjes die je in één keer uitspreekt. Klap maar eens mee: va-kan-tie is drie klappen, school is er één. Bijna alle spellingregels beginnen bij die lettergrepen, dus het loont om eerst te leren klappen.
Klinkers zijn a, e, i, o, u (en y). Alle andere letters zijn medeklinkers. Elke lettergreep heeft minstens één klinker — daarom kan je str niet uitspreken en stra wel.

Terug naar het hoofdstuk