Halte 1 van 5
De cel is de basiseenheid
Alles wat leeft, is opgebouwd uit cellen. Een mens, een eik, een regenworm, een bacterie: allemaal cellen. De cel is de kleinste eenheid die nog leeft, en daarom noemen we haar de basiseenheid van het leven.
Een eencellig organisme bestaat uit één enkele cel. Die ene cel doet alles zelf: voeding opnemen, energie maken, afval kwijtraken, zich voortplanten. Een bacterie is daar het bekendste voorbeeld van. Een meercellig organisme zoals een mens of een plant bestaat uit miljarden cellen die elk een eigen taak hebben.
Doet elke cel van een meercellig organisme hetzelfde? Nee. De cellen zijn gespecialiseerd: een zenuwcel geeft signalen door, een rode bloedcel vervoert zuurstof, een spiercel kan samentrekken. Net door die taakverdeling kan een meercellig organisme veel meer dan een eencellige.