Halte 1 van 5
De zeven periodes
Het historisch referentiekader is het geheel van tijd, ruimte en maatschappelijke domeinen waarmee je een gebeurtenis plaatst. Het is een hulpmiddel om nieuwe informatie een plaats te geven: wie de periodes, de schalen en de domeinen kent, kan een bron meteen ergens hangen. Het courante westerse referentiekader telt zeven periodes.
| Periode | Loopt van | Tot |
|---|---|---|
| De prehistorie | het ontstaan van de mens | het eerste schrift |
| Het oude nabije oosten | het eerste schrift | ongeveer 800 voor Christus |
| De klassieke oudheid | de Griekse stadstaten | ongeveer 500 na Christus |
| De middeleeuwen | ongeveer 500 | ongeveer 1500 |
| De vroegmoderne tijd | ongeveer 1500 | 1789 of 1815 |
| De moderne tijd | 1789 of 1815 | 1945 |
| De hedendaagse tijd | 1945 | vandaag |
De volgorde na de middeleeuwen is dus: de vroegmoderne tijd, daarna de moderne tijd, daarna de hedendaagse tijd, de laatste van de zeven. De Reformatie situeer je in de vroegmoderne tijd (1517), de industriële revolutie en het Congres van Wenen in de moderne tijd, en de naoorlogse periode in de hedendaagse tijd.
Een eeuw loopt niet gelijk met haar getal: het jaar 1789 ligt in de achttiende eeuw. Een decennium is tien jaar, een millennium duizend jaar. Een verschil tussen twee jaartallen bereken je door af te trekken: van 1830 tot 1914 liggen vierentachtig jaar. Jaartallen voor Christus lopen aflopend.