Halte 1 van 6
De drie assen
Het historisch referentiekader is het rooster waarop je elke gebeurtenis, elke bron en elke samenleving legt. Het heeft drie assen: de tijd, de ruimte en de maatschappelijke domeinen. Het is een hulpmiddel, geen natuurwet: het ordent, het bewijst niets.
Het courante westerse referentiekader telt zeven periodes: de prehistorie, het oude nabije oosten, de klassieke oudheid, de middeleeuwen, de vroegmoderne tijd, de moderne tijd en de hedendaagse tijd. Tussen de periodes liggen scharnierpunten.
| Periode | Ongeveer | Scharnierpunt aan het begin |
|---|---|---|
| Vroegmoderne tijd | 16de tot 18de eeuw | 1492, de overtocht van Columbus |
| Moderne tijd | 1789 tot 1945 | de Franse Revolutie |
| Hedendaagse tijd | 1945 tot nu | het einde van de Tweede Wereldoorlog |
De Reformatie hoort dus in de vroegmoderne tijd, en de moderne tijd begint volgens dat kader bij de Franse Revolutie. Ook het Congres van Wenen wordt soms als scharnierpunt genoemd. Dat men met het einde van de Tweede Wereldoorlog een nieuwe periode laat beginnen, komt doordat de machtsverhoudingen in de wereld toen ingrijpend verschoven.