Halte 1 van 7
De grote lijn
Historici delen het verleden op in zeven periodes. Die grenzen zijn door mensen gekozen, dus ze liggen niet overal precies gelijk — maar de volgorde staat vast.
| Periode | Ruwweg | Denk aan |
|---|---|---|
| 1. prehistorie | tot ± 3300 v.Chr. | jagers, de eerste boeren, nog geen schrift |
| 2. oude nabije oosten | ± 3300 tot ± 800 v.Chr. | Mesopotamië en Egypte, het eerste schrift |
| 3. klassieke oudheid | ± 800 v.Chr. tot 476 | de Grieken en de Romeinen |
| 4. middeleeuwen | 476 tot ± 1500 | ridders, kastelen, kloosters |
| 5. vroegmoderne tijd | ± 1500 tot 1789 | de ontdekkingsreizen, de boekdrukkunst |
| 6. moderne tijd | 1789 tot 1945 | fabrieken, België wordt een land, twee wereldoorlogen |
| 7. hedendaagse tijd | 1945 tot vandaag | Europa werkt samen, het internet |
De grens tussen prehistorie en geschiedenis is het schrift. Vanaf het moment dat mensen dingen opschreven, hebben we geschreven bronnen.
Zo'n periode heet ook een tijdvak: een stuk tijd met eigen kenmerken, niet een vast aantal jaren. Het ene tijdvak duurt duizenden jaren, het andere een paar eeuwen. De klassieke oudheid bijvoorbeeld is het tijdvak van de Grieken en de Romeinen.