Halte 1 van 10
Onderwerp, hoofdgedachte en hoofdpunten
Drie woorden die op elkaar lijken en die je uit elkaar moet houden. De hoofdgedachte van een tekst is niet hetzelfde als het onderwerp.
| hoe lang | voorbeeld | |
|---|---|---|
| onderwerp | enkele woorden | uitleenfietsen in Leeds |
| hoofdgedachte | een hele zin | Te weinig slaap is slecht voor het hart. |
| hoofdpunten | de zinnen eronder | de elementen die de hoofdgedachte dragen |
Lees: Since January, the city of Leeds has lent electric bikes to residents without a car. A thousand people have already applied. Het onderwerp zeg je in enkele woorden: uitleenfietsen in Leeds.
Lees: Sleeping less than six hours a night raises the risk of heart disease. Researchers therefore advise going to bed earlier. De hoofdgedachte is een hele zin: te weinig slaap is slecht voor het hart.
Lees: This novel tells the story of a Welsh family during the war. The author drew on her grandmother's diary. De hoofdpunten zijn de drie dingen die de tekst daarover kwijt wil: het boek gaat over een Welsh gezin, het verhaal speelt tijdens de oorlog en de schrijfster gebruikte een dagboek.
Bij een leesvraag mag je het antwoord niet halen uit wat je zelf al over het onderwerp weet, zeker niet als het de tekst tegenspreekt. Het antwoord staat in de tekst, ook als je het beter denkt te weten. En de titel, de tussentitels en de foto bij een tekst mag je niet overslaan: ze horen er wel degelijk bij en geven vaak de hoofdgedachte weg.