Oefenplatform
← Aardrijkskunde — Situeren, kaarten en observatie — deel 1

Interactieve leerbundel

🌍 Beyond doorstroom · Aardrijkskunde — Situeren, kaarten en observatie — deel 1

🥾 De tocht door Situeren, kaarten en observatie

Het gradennet tot op de minuut, absoluut en relatief situeren, de sferen van het systeem aarde, en het gereedschap waarmee je de ruimte onderzoekt. Je doet de haltes één voor één, in je eigen tempo. Je hoeft niets in één keer af te maken; wat je gehad hebt, blijft staan.

0 van de 7 haltes gestempeld

Halte 1 van 7

Breedte en lengte, tot op de minuut

De geografische breedte van een plaats is de hoek met de evenaar, gemeten naar het noorden of naar het zuiden. De evenaar is de lijn op 0° breedte; op de noordpool telt de breedte 90°, op de zuidpool ook 90°, maar dan zuiderbreedte.
De geografische lengte lees je af op de meridiaan. Meridianen lopen van noord naar zuid, van pool tot pool, en zijn allemaal even lang. De nulmeridiaan loopt door Greenwich, bij Londen. Van daar tel je 180 graden oostwaarts tot de 180ste meridiaan, en evenveel westwaarts.
noordpoolzuidpoolpoolcirkel 66,5° Nkeerkring 23,5° Nevenaar 0°keerkring 23,5° Zpoolcirkel 66,5° Znulmeridiaan, 0° lengte
Het gradennet: de evenaar op 0°, de keerkringen op 23,5° en de poolcirkels op 66,5°, elk op beide halfronden.
De vakfiche vraagt om een plaats absoluut te situeren op één minuut nauwkeurig. Een minuut is een zestigste van een graad, geschreven met een accent: 56' is 56 minuten. Een coördinaat van een plaats in België ziet er dus zo uit: 50° 56' NB en 5° 20' OL. Je leest altijd eerst de breedte, dan de lengte.
Eén graad breedte is ongeveer 111 km, dus één minuut is ongeveer 1,85 km. Op één minuut nauwkeurig situeren betekent dat je een plaats aanwijst binnen ongeveer twee kilometer. Dat lukt met de graadverdeling in de kaartrand van de atlas.

Terug naar het hoofdstuk